Actueel

Meer actualiteit...

Downloads

Schrijf u nu in voor onze digitale nieuwsflits
U bent hier: wat is dementie?

Dementie in vraag en antwoord

Wat is dementie, wat zijn de types en kenmerken?

Het woord ‘dementie’ wijst op een proces waarbij steeds meer problemen ontstaan door een ziekte van de hersenen. De meest voorkomende is de ziekte van Alzheimer. Hierbij zetten grote hoeveelheden eiwitten zich vast tussen de hersencellen waardoor deze uiteindelijk afsterven. Hierdoor vergeet men eerst nieuwe informatie, later verliest men ook oude herinneringen, de taal, het herkennen van voorwerpen, mensen en plaatsen en het zelfstandig uitvoeren van allerlei taken. De algemene achteruitgang zorgt er tenslotte voor dat de persoon vatbaarder wordt voor infecties. Het ganse proces kan tot 15 jaar duren.

Een tweede belangrijke oorzaak van dementie zijn kleinere of grotere hersenbloedingen en/of hersentromboses (‘vasculaire dementie’). De geheugenproblemen zijn hier afhankelijk van de plaats waar de hersenen beschadigd zijn en gaan dikwijls gepaard met verlammingen. Daarnaast zijn er vaak problemen met concentratie en spreken. De dementie begint vrij plots en er is een eerder sprongsgewijze achteruitgang. Regelmatig treft men bij één persoon zowel kenmerken van Alzheimer dementie als vasculaire dementie aan.

Bij frontotemporale dementie zijn er in het begin minder problemen met het geheugen. Typisch zijn hier veranderingen in gedrag en persoonlijkheid, problemen met taal en spraak en een gebrek aan ziekte-inzicht. Bij Lewy-body dementie is er in het begin vaak achterdocht of hebben mensen hallucinaties. Hun aandacht en helderheid is heel erg wisselend en ook traagheid in bewegingen, beven en flauwvallen kan voorkomen. Andere mogelijke oorzaken van dementie zijn bv. de ziekte van Huntington, de ziekte van Parkinson, dementie ten gevolge van MS, aids, de ziekte van Creutzfeldt-Jacob of als resultaat van langdurige overmatige alcoholconsumptie.

Kwaadheid, ontkenning, wantrouwen, depressie of onverschilligheid komen vaak voor bij personen met dementie. Dit kan deel zijn van de ziekte, maar is vaak een normale reactie op de confrontatie met heel veel verlies. In het begin wordt dit verlies met wisselend besef beleefd, afhankelijk van het type dementie. Dit veroorzaakt heel wat pijn, frustratie en angst. Hoe iemand hiermee omgaat is afhankelijk van iemands persoonlijkheid, verleden en de omgang van de omgeving.

Wat is het verschil met gewone ouderdomsvergeetachtigheid?

  • Bij vergeetachtigheid kunt u nog nieuwe informatie onthouden, ook al kost het meer tijd of moeite. Wat vergeten wordt zijn details. De persoon met dementie kan weinig of geen nieuwe dingen meer onthouden en vergeet hele stukken van de gebeurtenis.
  • Bij vergeetachtigheid weet u het wel, maar u kunt er niet opkomen. Bij dementie is het alsof de informatie helemaal uit het geheugen verdwe¬nen is; de namen van de kinderen, welke de voordeursleutel is of hoe je koffie moet zetten.
  • Vergeetachtigheid of zich af en toe vergissen, verstoort het dagelijkse leven niet. Bij dementie echter ontstaan er na een tijdje ook moeilijkheden bij dagdagelijkse handelingen zoals aankleden, koken, financiële verrichtingen of het vinden van de weg in een bekende omgeving. Ook iemands karakter kan veranderen en er kunnen problemen zijn met het beoordelen van alledaagse situaties.

Hoeveel mensen lijden aan dementie en op welke leeftijd?

Naar schatting 5 % van de mensen ouder dan 65 zou lijden aan dementie. Op de leeftijd van 80 jaar neemt dit percentage toe tot 20 %. Het is echter belangrijk te weten dat dementie een echt ziektebeeld is en geen normaal ouderdomsverschijnsel.

De ziekte van Alzheimer en vasculaire dementie treden meestal op na de leeftijd van 65 jaar. Andere ziektes kunnen ervoor zorgen dat dementie zich ook op jongere leeftijd ontwikkelt. Men spreekt daarbij ook wel over ‘jongdementie’. Dit is het geval bij naar schatting 3 à 6 % van de personen met dementie.

Kan men dementie genezen? Wat is de beste aanpak?

Tot op vandaag is er geen medicijn om de ziekte te genezen. Wel kunnen bepaalde geneesmiddelen er voor zorgen dat problemen tot meer dan een jaar stabiel blijven. De effecten zijn het sterkst in de eerste fasen van dementie, maar verschillen sterk van persoon tot persoon. Het is belangrijk dat mensen hun arts blijven zien, ook om eventuele andere gezondheidsproblemen op te volgen of op te sporen. Deze zijn immers soms oorzaak van slaapproblemen of onrust.

Geheugentraining en het leren van nieuwe dingen is bij dementie niet geheel onmogelijk echter niet altijd succesvol. Belangrijker is het maximaal gebruiken van bestaande mogelijkheden, praktisch, lichamelijk en sociaal. Daarbij hoort ook het zoeken naar aanvaarding en nieuwe vormen van communicatie, omgang en contact. Om dit te bereiken is inzicht nodig in de ziekte alsook ruimte en begrip voor emoties. Een rustige omgeving en warme relaties met anderen vormen daarbij een basis. Ook contact met professionelen en lotgenoten kunnen hierbij helpen.

Is dementie erfelijk? Kan men dementie voorkomen?

Vermoedelijk ontstaat de ziekte door een combinatie van verschillende risicofactoren zoals bepaalde omgevingsinvloeden, vasculaire problemen of een familiale aanleg. Erfelijkheid is echter slechts één factor en speelt sterker bij de meer zeldzame vormen van dementie, naarmate er meer mensen met dementie in de familie zijn en de ziekte op jongere leeftijd ontstaat. Over de echte oorzaak van dementie weet men nog weinig. Stress vermijden, niet roken, regelmatig bewegen, gezonde voeding, harde klappen op het hoofd vermijden, bloeddruk en cholesterol onder controle houden, voldoende hersenactiviteit en een actief sociaal leven; mensen die dit doen lijken een kleiner risico te hebben. Echter, algemeen geldt dat hoe ouder men wordt, hoe meer kans men heeft op het ontwikkelen van één of andere vorm van dementie.

Waarom is een diagnose zo belangrijk?

Een aantal klachten die lijken op die van dementie, hebben andere oorzaken (bv. infecties, schildklieraandoening, diabetes, bloedarmoede, ...). Wanneer dit in een vroeg stadium ontdekt wordt, is er in veel van deze gevallen nog iets aan te doen. Echter, bij een vroegtijdige en correcte diagnose van dementie:

  • is de kans groter dat de persoon met dementie zelf inzicht heeft en volwaardig kan meespreken en meebeslissen over het verdere zorgtraject
  • kan medicatie worden opgestart, die soms een tijdelijke verbetering kan brengen
  • worden de klachten ernstig genomen en kan men leren hoe zich best aan te passen en welke zorg of hulp nodig is
  • krijgen veel gedragingen en reacties een verklaring. Dit zorgt voor rust en kan ook een opluchting zijn: ‘ja, ik ben wel degelijk ziek’ en ‘nee, ik word niet ‘gek’. Het wordt ook duidelijk dat iemand verbeteren niet meer zo zinvol is.
  • kan men een begin maken met het verwerken van de ziekte
  • kunnen er afspraken gemaakt worden voor de toekomst
  • kunnen bepaalde dromen of plannen nu uitgevoerd worden
  • kan men intenser genieten van goede momenten nu